Hoe voed je hoopvolle kinderen op? Je kind komt thuis van school. De toets ging niet goed, de ruzie met een vriend is nog niet opgelost en de voetbaltraining was ook al niet wat je kind ervan had verwacht. Je ziet het aan de hangende schouders, het korte antwoord op je vraag. En misschien hoor je zelfs: “Het heeft toch geen zin.”
Als ouder wil je op zo’n moment niets liever dan die gedachte veranderen. Maar wat zeg je dan? En hoe zorg je ervoor dat je kind (niet alleen vandaag, maar ook op de lange termijn) voelt dat het ondanks een tegenslag toch wel goedkomt?
Het antwoord zit in een begrip dat in de opvoedkunde steeds meer aandacht krijgt: hoop.
Dat klinkt misschien vaag, maar het is heel concreet. Het is een vaardigheid die je bij je kind kunt versterken en waar je kind veel baat bij heeft.
In dit artikel lees je wat hoop bij kinderen precies betekent, waarom het zo belangrijk is voor hun ontwikkeling, en welke concrete dingen jij kunt doen om hoopvolle kinderen op te voeden, ook als dingen tegenzitten.
Wat is hoop bij kinderen?
Hoop is meer dan een goed gevoel of optimisme. Psycholoog Charles Snyder (1994, 1997) omschreef hoop als het geloof dat je een doel kunt bereiken én het vermogen om manieren te bedenken om daar te komen. Het gaat dus om twee dingen tegelijk: vertrouwen dat iets kan, en beseffen dat je zelf iets kunt doen om daar te komen.
Voor kinderen betekent dit concreet: een kind met hoop denkt niet alleen ik wil dit, maar ook ik kan iets doen om dit te bereiken. Dat is fundamenteel anders dan wachten tot iets vanzelf beter wordt.
Hoop betekent niet dat je de negatieve dingen van een situatie negeert. Een hoopvol kind ziet wel dat iets moeilijk is, dat iets pijn doet of dat iets niet gelukt is. Tegelijkertijd of na het beleven van deze gevoelens heeft een hoopvol kind ook het vermogen om te denken: ik kan zelf iets doen om het te verbeteren.
Waarom is hoop meegeven in de opvoeding belangrijk?
Onderzoek laat zien dat hoop één van de krachtigste beschermende factoren is in de ontwikkeling van kinderen (Seery, Holman & Silver, 2010).
- Hoopvolle kinderen gaan beter om met stressvolle situaties: ze geven niet zo snel op als het tegenzit
- Hoopvolle kinderen voelen zich competenter: ze geloven dat hun inzet verschil maakt
- Hoopvolle kinderen lopen minder risico op somberheid en depressie: hoop zorgt voor optimisme als iets tegenzit
- Hoopvolle kinderen laten minder gedragsproblemen zien: frustratie blijft meer behapbaar als er perspectief is
Dit is niet iets wat een kind meteen kan. Maar wel iets wat al vroeg start in de ontwikkeling van je kind. Zelfs een peuter die zegt “ik probeer het nog een keer” nadat een toren is omgevallen, oefent al met hoopvol denken. En als ouder heb jij dus al vanaf heel jong invloed op hoe je kind omgaat met teleurstellingen.
Want hoop is voor een groot deel aangeleerd. Kinderen leren van hoe de volwassenen om hen heen omgaan met tegenslagen. Als jij laat zien dat je het beste maakt van moeilijke situaties, niet door ze te bagatelliseren, maar door te zoeken wat wél kan. Dan leert je kind dat hij of zij hoopvol kan zijn.
Dat maakt het meegeven van hoop een van de mooiste dingen die je als ouder kunt doen.
Tips voor ouders om hoopvolle kinderen op te voeden
1. Stel vragen die vooruitkijken
De neiging is groot om te vragen: “Wat ging er mis?” of “Waarom deed je dat?” Maar hoopvolle vragen kijken vooruit. Je vraagt niet naar het probleem, maar naar de wens en de weg daarnaartoe.
Probeer eens:
- “Waar hoop je op?”
- “Wat zou je graag anders doen de volgende keer?
- Wat zou je graag anders zien?”
- “Welk verschil zou dat voor jou maken?”
Deze vragen kun je stellen nadat iets niet lukte, of anders ging dan je kind wilde. Ze werken, omdat ze je kind helpen nadenken over wat het wil, in plaats van vast te blijven zitten in wat er niet goed ging. Zorg er wel voor dat je eerst de emoties van je kind erkent, voordat je deze vragen stelt.
2. Maak hoop klein en concreet
“Gewoon positief denken” of “Het komt vast goed” is voor veel kinderen te vaag. Daar kunnen ze niks mee. Maak het daarom concreet en kleiner.
Vraag bijvoorbeeld:
- “Stel dat het een klein beetje beter gaat, wat merk je dan?”
- “Wat zou vandaag al een klein beetje een verschil kunnen maken?”
- “Wat kun jij nu doen om het fijner te laten zijn voor jezelf?”
3. Merk kleine verbeteringen op
Hoop groeit als je kind ziet dat verandering mogelijk is. Niet grote veranderingen, maar kleine. Als mensen zijn we geneigd te letten op wat er misgaat. Maar probeer je eens te focussen op wat er wel goed gaat. Al is het maar een klein beetje. Dit past ook bij de groeimindset. Richt je niet op het resultaat, maar op het proces ernaartoe.
Lees meer over hoe je je kind de groeimindset kan leren: Leer je kin de groeimindset ontwikkelen.
Help je kind actief kijken naar wat al beter gaat. Vraag aan het einde van de dag:
- “Wat ging er vandaag al een klein beetje beter?”
- “Wat heb jij gedaan waardoor dat beter ging?”
Die tweede vraag is extra belangrijk. Je gaat er dan vanuit dat je kind zelf iets gedaan heeft, waardoor het beter ging. Daarmee versterk je het gevoel van regie: ik kan iets doen, mijn inzet telt.

4. Reageer op non-verbale hoop
Hoop zie je niet alleen in woorden. Je ziet het als je kind toch weer meedoet na een teleurstelling. In de blik die even opklaart. In de toon waarop je kind iets vertelt.
Let hierop en benoem het:
- “Ik zie dat je het toch weer probeert — dat is moedig.”
- “Je klinkt al een beetje anders over dan gisteren. Wat is er veranderd?”
Dit zijn complimenten gericht op het proces. Op doorzetten, blijven proberen. Deze soort complimenten werken beter dan complimenten gericht op het resultaat (‘Goed gedaan’)of de persoon (‘Wat ben jij slim’). Door te benoemen wat je je kind ziet doen, help je je kind zichzelf te zien als iemand die oplossingen kan bedenken en blijft proberen.
5. Erken gevoelens en emoties, zonder erin te blijven hangen
Hoop versterken betekent niet dat je zegt: “Het valt wel mee” of “Kop op, het komt goed.” Dan voelt je kind zich niet gehoord en gaat hij of zij emoties minder uiten.
Begin altijd met erkenning:
- “Ik snap dat dit heel vervelend is.”
- “Het is logisch dat je je zo voelt.”
En pas als de emotie gezakt is en je kind zich echt gehoord voelt, kun je voorzichtig kijken naar een oplossing:
- “Wat zou een kleine eerste stap kunnen zijn?”
- “Is er iemand die je daarbij kan helpen?”
Die volgorde van eerst ruimte voor de emoties, en daarna pas de mogelijkheden verkennen, is heel belangrijk bij het opvoeden van hoopvolle kinderen.
Hoop is geen eigenschap die kinderen hebben of niet hebben. Het is iets wat groeit, in kleine momenten, in alledaagse gesprekjes, in de manier waarop jij reageert als het tegenzit. Op die manier kun je hoopvolle kinderen opvoeden.
Je hoeft het niet perfect te doen. Je hoeft niet altijd de juiste woorden te hebben. Wat telt, is dat je naast je kind staat en samen kijkt naar wat er nog wél kan.
Dat is opvoeden vanuit hoop.
Wil je meer handvatten om je kind te begeleiden bij onzekerheid, tegenslagen en het opbouwen van veerkracht?
Kijk dan op Opvoedkracht: een community voor ouders die het beste uit zichzelf en hun kind willen halen, met praktische tools, artikelen en persoonlijke begeleiding.
Bronnen bij dit artikel
Snyder, C. R. (1994). The psychology of hope: You can get there from here. Free Press.
Snyder, C. R., Hoza, B., Pelham, W. E., Rapoff, M., Ware, L., Danovsky, M., & Stahl, K. J. (1997). The development and validation of the Children’s Hope Scale. Journal of Pediatric Psychology, 22(3), 399–421.
Seery, M. D., Holman, E. A., & Silver, R. C. (2010). Whatever does not kill us: Cumulative lifetime adversity, vulnerability, and resilience. Journal of Personality and Social Psychology, 99(6), 1025–1041.


