skip to Main Content

Omgaan met driftbuien van peuters

Omgaan Met Driftbuien Van Peuters

Veel peuters hebben regelmatig een driftbui. Driftbuien horen namelijk bij de normale ontwikkeling. Dit komt omdat de hersenen van een peuter nog niet voldoende ontwikkeld zijn om zichzelf in de hand te kunnen houden. Zeker niet als ze van streek zijn. Ook ontdekken peuters dat ze een eigen mening hebben, de peuterpubertijd. Het hoort er dus bij, maar dat neemt niet weg dat die driftbuien heel frustrerend en vermoeiend kunnen zijn.

Er zijn manieren om driftbuien zoveel mogelijk te voorkomen. Veel driftbuien ontstaan door een machteloos gevoel. Je peuter heeft zelf geen controle, omdat hij of zij bijvoorbeeld iets van een volwassen moet of juist niet mag. Als je peuter het gevoel heeft dat hij of zij enige controle heeft over z’n leven, dan zal hij minder last hebben van driftbuien.
Als peuters moe en hongerig zijn, dan hebben ze helemaal geen energie om met hun frustratie om te gaan. Zorg ervoor dat je driftbuien voor bent, want voorkomen is beter (nou ja vooral fijner) dan genezen.

Wil je meer weten over het omgaan met agressie bij peuters? Lees dan dit artikel over het omgaan van agressief gedrag bij een kind van 2, 3 of 4 jaar oud. Je leest er alles over de oorzaak van agressief gedrag en hoe je ermee kunt omgaan.

Hier een aantal tips voor het omgaan met de driftbuien van je peuter:

1. Hongerig of moe?

De meeste driftbuien vinden plaats als een kind hongerig of moe is. Denk vooruit. Zorg dat je kind op tijd te eten krijgt en voldoende kan slapen. Zorg voor duidelijke bedtijden, genoeg gezellige momenten en ook voor een aantal rustmomenten op een dag. Dit voorkomt dat je kind zeurderig en snel geïrriteerd wordt. Een driftbui in het openbaar kan je voorkomen door geen moe of hongerig kind mee te nemen naar de winkel. Stel de boodschappen uit tot de volgende dag. Of als dat echt niet kan, doe dan alleen de hoogstnodige boodschap en geef je kind alvast iets te eten op de weg er naar toe of als je wacht in de rij voor de kassa.

2. Zorg voor genoeg aandacht

Kinderen die het gevoel hebben geliefd te zijn, krijgen minder driftbuien. Zorg ervoor dat je je kind voldoende positieve aandacht geeft gedurende een dag. Zorg bijvoorbeeld voor fijne één op één momentjes.
Als je je kind de hele dag niet gezien hebt omdat het bijvoorbeeld op de opvang was, zorg dan eerst voor een fijn moment van positieve aandacht voordat je boodschappen gaat doen of in elk geval voordat je je kind (gedrags-) aanwijzingen of correcties geeft.

3. Zorg dat een driftbui niet escaleert

Het is verbazingwekkend hoe snel een driftbui kan stoppen door het erkennen van de boosheid van je kind. In plaats van meteen te zeggen wat je kind niet mag en waar het mee moet stoppen. Erken eerst wat hij of zij wilt. Zeg bijvoorbeeld: “Je wilt heel graag dat ijsje. Je houdt zo van ijsjes, he?”. Daarna kan je uitleggen dat het niet mag. “Ik snap dat je er heel boos van bent, zoveel zin had je erin. We gaan zo eten, dus dan kunnen we nu geen ijs meer eten, want dan zit je buik al vol met ijs.” Je kan daarna ook nog vertellen wanneer je kind wel een ijsje mag.
Sluit goed aan bij je kind. Soms is het belangrijk om niet te veel woorden te gebruiken, zeker als je kind vol in z’n emoties zit. Zeg dan bijvoorbeeld: “Je bent heel boos” en dan “Slaan mag niet”. Vergeet niet te zeggen wat je kind wel mag in plaats van alleen te zeggen wat je kind niet mag. Lees hoe je dat kan doen in het artikel over positief omgaan met je kind.

4. Blijf uit een machtsstrijd

Je hoeft niet te bewijzen dat jij gelijk hebt. Je kind probeert zijn eigen ‘ik’ te ontdekken. Kinderen leren dan dat ze een eigen mening hebben. Dit is een belangrijke fase in hun ontwikkeling. Laat je kind dan ook zoveel mogelijk in zijn waarde en respecteer de mening van je kind.

5. Wat is het achterliggende gevoel?

Boosheid is een secundaire emotie. Dit betekent dat er altijd een andere emotie achter de boosheid schuil gaat, zoals angst of verdriet.  Als je deze achterliggende gevoelens kan zien, benoem en erken deze dan. Dat zal ervoor zorgen dat je kind rustiger wordt. Bijvoorbeeld: “Je zou willen dat we nog langer in de speeltuin konden blijven. Je bent verdrietig dat we moeten gaan.”

 

 

6. Zorg voor veiligheid

Als gevoelens goed erkent worden, dan komt er tijdens een driftbui vaak een breekpunt waarop een kind rustiger wordt of in tranen uitbarst of toenadering zoekt. Dat is het moment waarop je kind vraagt om veiligheid. Blijf bij je kind in de buurt. Als je kind zich laat knuffelen, geef een knuffel of laat hem of haar bij je op schoot zitten. Als je kind dit niet wilt, zorg dan dat je dicht bij je kind blijft, ook als hij of zij niet aangeraakt wilt worden. Je kind moet weten dat jij er voor hem bent en nog steeds van hem of haar houdt. Probeer rustig te blijven en je kind gerust te stellen. Discussies aangaan heeft op dit moment geen zin. Zodra je kind zijn echte gevoelens heeft kunnen uiten bij jou, zal je merken dat hij zich meteen beter voelt en gedraagt.

 

7. Na de driftbui

Zorg eerst voor een fijn momentje samen om weer te verbinden en gerust te stellen. Je hoeft dan niet bang te zijn dat je je kind beloont voor de driftbui, want je kind heeft deze verbinding met jou nodig om rustig te worden en iets van de situatie te kunnen leren. Bespreek daarna feitelijk en rustig met je kind wat er gebeurd is, zodat je kind zichzelf en de situatie beter begrijpt. Hiermee leert je kind zijn eigen gevoelens beter te herkennen en te reguleren. Dit kan bijvoorbeeld zo:

“Je was zo lekker aan het spelen in de speeltuin dat je niet naar huis wilde. Toen ik zei dat het tijd was om te gaan, was je erg verdrietig en boos. Je schreeuwde en sloeg me. Ik zei toen: niet slaan, maar je was zo boos, dat dat niet lukte. Je moest heel hard huilen. Ik bleef bij je en toen je er klaar voor was kreeg je een dikke knuffel en nu voel je je weer een stuk beter.”

 

Een driftbui helemaal voorkomen lukt niet. Ten eerste omdat ze horen bij de normale ontwikkeling van een peuter, maar ook omdat ouders ook maar gewoon mensen zijn. Jij kunt ook een keer hongerig of moe zijn, waardoor je niet rustig kan reageren. Het toepassen van deze tips lukt dus niet altijd, maar probeer ze eens uit en je zult merken dat een driftbui sneller over is.

 

Back To Top