Wat is de peuterpuberteit en hoe kun je hiermee omgaan? Veel peuters zijn behoorlijk koppig en dwars. Herken je dit bij jouw peuter en wil je graag positief opvoeden? Hier lees je alles over de peuterpuberteit, tot welke leeftijd de peuterpuberteit duurt en hoe je er positief mee kunt omgaan.

Peuter positief opvoeden - peuterpuberteit

Inhoud
Wat is de peuterpuberteit?
Tot welke leeftijd duurt de peuterpuberteit? 
Peuter luistert niet
Positief opvoeden bij peuters in 5 stappen

Wat is de peuterpuberteit?

Vaak wordt er gesproken over de peuterpuberteit. Je peuter was eerst een meegaand, lief kind maar gaat zich ineens afzetten en doet niet zomaar wat jij van hem vraagt. In de ontwikkelingspsychologie noemen we deze fase de koppigheidsfase. Dit is een belangrijk onderdeel van de sociaal-emotionele en cognitieve ontwikkeling van je kind. Je kind leert autonomie verwerven. Hij ontdekt dat hij een eigen persoon is met een eigen wil. Hij hoeft niet zomaar alles te doen wat een ander zegt of vraagt. 

Je peuter reageert fel en koppig. Hij zal willen vasthouden aan zijn eigen wensen. Hij wil bepalen en als dat niet kan, zal hij boos worden. Driftbuien komen in deze fase dan ook vaak voor. 

Vaak wordt je kind boos om in jouw ogen kleine dingen. Bijvoorbeeld omdat je eerst het blauwe blokje pakte in plaats van het gele of omdat je de boterham verkeerd gesneden hebt. Ook wil je kind veel zelf doen. Hij kan al boos worden als jij iets voor hem hebt gepakt, terwijl hij dit zelf wilde doen. 

Je kind kan snel wisselen van emoties. Het ene moment is hij vrolijk en lekker aan het lachen, en dan ineens is hij heel boos, omdat iets niet gaat zoals hij wilde. Het kan erg vermoeiend zijn en kan soms voelen alsof je kind jou dwars wil zitten, maar het gedrag in de peuterpuberteit is dus onderdeel van zijn persoonlijkheidsontwikkeling en heel gezond. 

peuterpubertijd: Positief opvoeden 10 tips

Tot welke leeftijd duurt de peuterpuberteit?

De peuterpubertijd begint meestal rond de leeftijd van 18 maanden. Dan ontstaan vaak de eerste driftbuien. Je kind gaat ervaren dat hij of zij een individu is. De peuterpubertijd duurt ongeveer tot je kind 4 jaar is, maar het hoogtepunt ligt meestal tussen de 2 en 3 jaar. Ieder kind ontwikkelt zich anders, dus er kunnen verschillen zijn tussen kinderen. Het ene kind zal ook een heftigere peuterpuberteit doormaken dan het andere kind. Dit heeft te maken met het temperament van het kind en hoe zijn omgeving op hem reageert. Vaak nemen driftbuien vanaf 4 jaar af. Je kind zal dan steeds minder alles op zichzelf betrekken en hij kan zijn gevoelens en wensen steeds beter verwoorden. 

Peuter luistert niet

Omdat je peuter zijn eigen wil aan het ontwikkelen is, zal hij vaak niet naar je luisteren. Hij wil het liefste doen wat er in zijn hoofd zit en kan hier nog niet flexibel mee omgaan. Dit kan enorm frustrerend of vermoeiend zijn in de opvoeding, maar het hoort dus bij zijn ontwikkeling. 

peuterpuberteit peuter luistert niet - aan oven komen

Dat je peuter nu niet luistert, wil niet zeggen dat hij dit straks als hij ouder is ook niet zal doen. Het is wel belangrijk om je kind nu al duidelijke grenzen te geven. Dit geeft hem veiligheid. Maak gebruik van vaste routines, regels en gewoontes, zodat je kind weet waar hij aan toe is.
Binnen jouw grenzen kun je hem het beste zoveel mogelijk ruimte geven. Als een peuter het gevoel heeft controle te hebben over een situatie, zal hij minder driftbuien laten zien. Als je wilt dat je kind iets doet, geef hem dan bijvoorbeeld de keuze om het zelf te doen of dat jij het voor hem doet. Dit kan bijvoorbeeld op deze manier in verschillende situaties:

Bij het naar buiten gaan -> “Doe je zelf je laarzen aan of zal ik het doen?
Als je kind naar bed moet -> “Zal ik je tillen of ga je zelf de trap op?”
Bij het aankleden -> “Doe je eerst je trui of eerst je broek aan?” 

Je kind heeft op deze manier het gevoel dat hij controle krijgt over de situatie, terwijl er wel gaat gebeuren wat jij zegt. 

Positief opvoeden bij peuters in 5 stappen

Hoe kun je een peuter positief opvoeden ondanks de peuterpuberteit? In het voorbeeld hieronder lees je hoe je op een positieve manier grenzen aan kunt geven. 

Een meisje van 2,5 jaar oud heeft het kraantje op de wc ontdekt. Ze gaat daar te pas en te onpas naartoe om handen te wassen en te spetteren. Wat doe je als je al heel vaak liefdevol hebt uitgelegd dat het niet mag en ze toch terug blijft gaan? Hoe kun je dan de grens aangeven op een positieve manier? Lees het hieronder in de 5 stappen:

Stap 1: Sluit aan en geef uitleg 

Sluit aan bij de belevingswereld van je kind. Laat merken dat je begrijpt dat ze het leuk vindt om steeds weer terug te gaan. Geef daarna uitleg waarom het niet mag en wanneer ze wel haar handen mag wassen.

Dat is een leuk kraantje, hè, lekker met water spelen. Alles wordt nat, zie je….dus we wassen alleen samen onze handen.”

Zeg daarnaast altijd wat je wel van je kind verwacht, in plaats van te zeggen wat hij niet moet doen. Lees hier meer over in het artikel: Positief Omgaan met mijn kind. 

Stap 2: Afleiden en voorkomen

Haal je kind uit de situatie als hij weer teruggaat. Bijvoorbeeld door hem op te pakken en af te leiden met iets anders leuks.

“Kom we gaan even samen met de duplo spelen” of
“Wil je mij even helpen met de fles voor je broertje klaarmaken”.

Sluit aan bij wat jouw kind leuk vindt. Zorg ervoor dat de deur dicht is en je peuter er niet zelfstandig naar toe kan. Of als je kind steeds iets pakt wat niet mag, bijvoorbeeld je telefoon of een vaas die kapot kan, leg of zet die dan op een plek waar je kind niet bij kan. 

Stap 3: Duidelijke grens en alternatief

Je kunt niet altijd alles wegleggen of voorkomen. Soms kan je kind zelf de deur open maken om naar het kraantje te gaan of kun je iets niet wegleggen, zoals de televisie. Geef dan nog één keer duidelijk de grens aan. Word niet boos, maar gebruik wel een duidelijke stem en een serieuze gezichtsuitdrukking: 

 “Je vindt het zo leuk hè, lekker met water spelen. Mama/papa vindt dit niet goed, alles wordt nat en dan moeten we het weer poetsen. Dit mag niet meer”.

Stap 4: Alternatieve activiteit

Bied vervolgens een vervangende activiteit aan. Ga even samen spelen of een boekje lezen. Heeft je kind behoefte om met water te spelen? Zet je kind dan in bad of laat hem bij mooi weer buiten met een bak water spelen of in de gootsteen. Peuters willen alle materialen en texturen ontdekken en ervaren. 

Kom, hier mag je wel met water spelen.”
“Kom gezellig bij me zitten, dan lees ik je een boekje voor.”

Stap 5: Blijf rustig en positief

Blijft je kind toch steeds naar de wc gaan, dan zal hij dit vooral doen om jouw reactie uit te lokken. Blijf rustig, haal je kind weg, geef een knuffel in plaats van boos te worden of je stem te verheffen. Reageer dus niet meer op het negatieve gedrag. Je hebt de grens al duidelijk gemaakt. Help je kind bij het naleven van de regels en het starten van een alternatieve activiteit. 

“Wat ben je nu lekker aan het spelen met …… “

Deze stappen kun je in verschillende situaties doorlopen. Bedenk altijd wat er achter het gedrag van je kind schuil gaat. Is je kind op zoek naar duidelijke grenzen? Wil hij aandacht of bevestiging? Wil hij ergens mee experimenteren? Als je weet wat er achter het gedrag zit, dan kun je hierop reageren. 

Bronnen
Frank Verhulst (2014). De ontwikkeling van het kind. Assen: Van Gorcum

15585

Positief Opvoedformule

Met 20 voorbeelden met de meest voorkomende opvoedsituaties

Ontvang onze opvoedtips en de worksheet gratis in je mail

15585

Gratis Positieve Opvoedtips

Vul je e-mailadres in en krijg iedere twee weken gratis extra tips in je mailbox:

Scroll naar top