Sommige kinderen kunnen enorm bazig zijn: “Jij moet de mama zijn. Nee, niet zo. En nu moet je dit zeggen.” Ze bepalen hoe er gespeeld wordt, vertellen broertjes of zusjes wat ze moeten doen en gaan in discussie als iets niet loopt zoals zij willen. Als ouder kan dat behoorlijk frustrerend zijn. Je vraagt je misschien af: waarom is mijn kind zo bazig? Is dit gewoon een fase? En hoe zorg ik ervoor dat mijn kind leert rekening te houden met anderen, zonder zijn of haar eigen persoonlijkheid te verliezen?
In dit artikel lees je waarom je kind bazig kan zijn, wanneer het past bij zijn/haar leeftijd en ontwikkeling, en wat je als ouder kunt doen om je kind te helpen op een positieve manier met anderen om te gaan.

Waarom is mijn kind bazig?
Jonge kinderen denken van nature vanuit zichzelf. Ze bedoelen het niet verkeerd, maar zo werkt hun brein. Ze zien zichzelf als het middelpunt van de wereld en begrijpen nog niet goed dat anderen ook eigen gevoelens, wensen en behoeftes hebben.
Een bazig kind is niet altijd een kind dat ook graag de macht wil. Soms is het juist een onzeker of angstig kind, want als alles dan volgens je eigen plan gaat, dan geeft dat voorspelbaarheid en veiligheid.
Hoe ouder je kind wordt, hoe meer je kind ontdekt dat hij of zij invloed kan uitoefenen op wat er om hen heen gebeurt. En dat is eigenlijk een mooie stap in de ontwikkeling van je kind. Je kind leert dat het iets te zeggen heeft en dat zijn mening ertoe doet.
Het lastige is alleen dat je kind nog niet alle vaardigheden heeft om deze controle en invloed op een sociaal gepaste manier te uiten. Je kind heeft nog niet geleerd wat het effect van zijn gedrag is op een ander. Hiernaast speelt ook mee in hoeverre je kind zich kan inleven in een ander. Bij jonge kinderen is het empathisch vermogen nog volop in ontwikkeling. Pas rond de leeftijd van vier à vijf jaar beginnen kinderen echt te begrijpen dat een ander ook een eigen perspectief heeft. Maar ook daarna is inleven nog niet vanzelfsprekend en hebben kinderen hulp nodig om hun empathisch vermogen te ontwikkelen.
Bazig gedrag is dus onderdeel van de ontwikkeling van kinderen. Achter het gedrag schuilt geen onwil, maar juist een kind dat leert omgaan met zelfstandigheid, invloed en controle. Tegelijkertijd is het wel belangrijk om dit te begeleiden bij je kind, want bazigheid kan zorgen voor spanningen, thuis en in contact met andere kinderen.
Wanneer is bazigheid nog normaal?
Bazigheid is dus bij de meeste kinderen een normaal onderdeel van hun ontwikkeling. Het hoort zeker bij de peuter- en kleuterleeftijd, want kinderen van twee tot zes jaar zijn volop bezig met het ontdekken van hun eigen wil en grenzen. Maar ook bij oudere kinderen komt bazig gedrag vaak voor. Ook dan zijn kinderen nog volop sociale vaardigheden en empathie aan het ontwikkelen.
Bazigheid is normaal als:
- je kind bazig is in het spel, maar met momenten ook prima kan samenspelen
- je kind bazig is in specifieke situaties (moe zijn, honger, drukte)
- je kind met momenten ook kan luisteren en volgen
- het bazige gedrag afneemt naarmate je kind ouder wordt
Bazigheid wordt pas zorgelijk als het gedrag:
- erg intens en aanhoudend is, ook op rustige momenten
- het je kind belemmert in contacten met andere kinderen of volwassenen
- lijkt voort te komen uit een grote angst of onveiligheid
In deze gevallen en als je kind moeite heeft met vriendjes maken door bazig gedrag, is het belangrijk om te investeren in sociale vaardigheden van je kind. Begeleid je kind dan meer bij het spel met andere kinderen. Eigenschappen zoals initiatief nemen, weten wat je wilt en voor jezelf opkomen kunnen later waardevolle kwaliteiten worden. Het doel is daarom niet om deze eigenschappen af te leren, maar om kinderen te leren hoe ze daarbij ook rekening kunnen houden met anderen. Help je kind zich te verplaatsen in anderen en vaardigheden te ontwikkelen om rekening te houden met anderen. Hoe je dit doet, lees je bij de tips voor ouders.
Factoren die meespelen bij bazigheid
Waarom is het ene kind veel baziger dan het andere? Dat heeft verschillende oorzaken.
Temperament
Sommige kinderen zijn van nature wilskrachtiger, doelgerichter en assertiever dan andere. Dat zijn aangeboren eigenschappen. Misschien herken je hierin ook iets van jezelf.
Ook (hoog)gevoelige kinderen kunnen soms bazig overkomen. Niet omdat ze onaardig zijn of anderen willen overheersen, maar omdat onverwachte veranderingen, andere ideeën of drukte veel spanning kunnen oproepen. Controle helpt hen dan om die spanning te verminderen.
Leeftijd en ontwikkeling
Zoals eerder beschreven, speelt de ontwikkeling van sociale vaardigheden en empathie van je kind een grote rol. Jonge kinderen kunnen zich nog niet inleven in een ander en hebben nog geen vaardigheden om naar de ander te luisteren, compromissen te vinden en conflicten op te lossen. Ook spelen bij leeftijd en ontwikkeling de executieve functies een rol.
Executieve functies
Soms heeft bazig gedrag niet zozeer te maken met controle willen hebben, maar met moeite hebben om flexibel te zijn. Hiervoor zijn de zogenoemde executieve functies belangrijk: vaardigheden in de hersenen die helpen bij plannen, schakelen, impulsen remmen en omgaan met veranderingen.
Kinderen waarvan de executieve functies nog volop in ontwikkeling zijn kunnen hier nog moeite mee hebben, ze kunnen sterk vasthouden aan hun eigen idee of plan. Dit zie je regelmatig bij jonge kinderen, maar ook vaker bij kinderen met kenmerken van bijvoorbeeld ADHD of autisme. Het helpt om te beseffen dat er vaak geen onwil achter zit. Het kind moet nog leren hoe het kan omgaan met andere ideeën, onverwachte veranderingen en situaties die anders lopen dan verwacht.
Behoefte aan autonomie
Alle kinderen hebben in de basis behoefte aan autonomie: het gevoel dat ze zelf iets te zeggen hebben. Als die behoefte structureel niet wordt erkend, kan bazigheid toenemen als een manier om toch controle te pakken.
Hechting en veiligheid
In sommige gevallen is controlerend gedrag een signaal van onveiligheid. Een kind dat geen vertrouwen heeft dat zijn behoeften worden gezien, kan de regie gaan overnemen om zichzelf te beschermen.
Voorbeeldgedrag
Kinderen leren door het voorbeeld dat ze krijgen van de belangrijke volwassenen om zich heen. Als dat voorbeeld van commanderende taal bevat, zoals “doe dit”, “dat mag niet”, “nu!”, dan nemen kinderen die stijl ook over. Dat is dan de communicatiestijl die ze kennen.
Moe, honger en overprikkeling
Vermoeidheid, honger, overprikkeling, stress versterken bazigheid. Als een kind hier last van heeft, dan zie je vaak dat het minder goed kan omgaan met teleurstellingen. Ze kunnen minder goed relativeren, zijn geïrriteerd en kunnen dan ook bazig worden. Dit is vaak maar tijdelijk en zodra je kind weer goed uitgerust is, zie je weer dat je kind veel rustiger, aardiger en flexibeler is.
7 praktische tips bij een bazig kind
Door kinderen stap voor stap te laten oefenen met keuzes maken, samenwerken en zich inleven in de ander ontwikkelen ze stap voor stap de vaardigheden die nodig zijn om op een prettige manier samen te spelen en samen te werken. Geduld en begeleiding werken daarbij beter dan straffen of corrigeren.
Tip 1: Noem je kind nooit ‘bazig’
Label je kind niet als “bazig” of “lastig”, dan maak je het voor je kind lastiger om zich niet bazig te gedragen. Benoem in plaats daarvan het gedrag en leg de invloed van zijn of haar gedrag op anderen uit:
“Je zegt nu wat iedereen moet doen. Dat vindt de ander niet fijn.”
Of “Ik hoor dat je graag wilt bepalen hoe het spel gaat. Dat snap ik, Emma heeft ook ideeën en vindt het ook fijn om mee te bepalen.”
Dat is een stuk concreter en positiever voor het zelfbeeld van je kind.
Tip 2: Leer je kind zich te verplaatsen in anderen
Je verplaatsen in anderen is een complexe vaardigheid. Als je je kind hier al vanaf jong in begeleidt, dan kunnen ze dit steeds beter. Zeg bijvoorbeeld: “Kijk eens naar het gezicht van je broertje. Vindt hij het nog leuk, denk je?” Of stel vragen zoals: “Hoe denk je dat je vriendje dat vindt?”
Tip 3: Geef keuzes binnen grenzen
Kinderen die bazig zijn, hebben vaak een sterke behoefte aan controle. Je kunt daaraan tegemoetkomen zonder alles toe te staan. Bied twee opties aan die voor jou allebei acceptabel zijn: “Wil je nu even alleen spelen of samen met de poppen spelen?”
Zo heeft je kind invloed en het gevoel van meer grip, maar wel binnen de grenzen die jij stelt.
Tip 4: Stel vragen in plaats van te corrigeren
In plaats van: “Zo praat je niet tegen anderen”, kun je vragen aan het andere kind: “Vind jij het nog leuk?”, “Wat vind jij niet zo leuk en waarom?” Zo leert je kind begrijpen hoe zijn of haar gedrag overkomt op een ander.
Vraag aan het kind met bazig gedrag: “Hoe zou jij het vinden als iemand dat tegen jou zegt of als je dat moet doen?”
Door vragen te stellen help je je kind zelf na te denken en dat is leerzamer dan een correctie of terechtwijzing.
Tip 5: Wees consistent en voorspelbaar
Kinderen die moeite hebben met grenzen accepteren, hebben juist meer structuur nodig. Dan weten ze wat er van hun verwacht wordt en wordt de wereld voorspelbaarder. Dan hebben ze minder het gevoel dat ze de controle verliezen.
Tip 6: Benoem ook de positieve kant
Zeg weleens hardop: “Jij weet goed wat je wilt. Dat is een krachtige eigenschap.” En leg daarna uit hoe dat op een manier kan worden gebruikt die ook voor anderen fijn is. Kinderen die merken dat hun karakter gewaardeerd wordt, staan opener voor bijsturing.
Tip 7: Geef het goede voorbeeld
Wees je bewust van je eigen communicatiestijl. Gebruik thuis ook zelf zinnen als: “Ik vraag het jou vriendelijk…” of “Wat vind jij ervan?” Kinderen leren het meest van wat ze dagelijks om zich heen zien en horen. Jij bent hun eerste voorbeeld van hoe je met anderen omgaat.
Tot slot
Veel kinderen zijn in meer of mindere mate bazig in één of meerdere situaties. Dit hoort bij een normale ontwikkeling. Achter bazigheid schuilt vaak geen behoefte om anderen te overheersen, maar een kind dat nog aan het leren is hoe hij of zij invloed kan hebben, terwijl je ook rekening houdt met de ander. Met geduld, duidelijke grenzen en positieve begeleiding leert een kind stap voor stap dat samenwerken vaak meer oplevert dan de baas spelen.
Bronnen:
- Kopp, C.B. (1982). Antecedents of self-regulation: A developmental perspective. Developmental Psychology.
- Thompson, R.A. (2006). The development of the person: Social understanding, relationships, conscience, self. In N. Eisenberg (Ed.), Handbook of Child Psychology.


