Positief opvoeden zonder straffen, hoe doe je dat?

Handen Steunen Kind

Straf jij je kinderen ook weleens? Dat doen bijna alle ouders. Alleen hebben straffen veel negatieve gevolgen. Er zijn verschillende redenen waarom het geven van een straf niet goed werkt. Je kan hier meer over lezen in de blogpost van vorige week; ‘Opvoeden met of zonder straf’.

Als straffen niet werkt. Wat dan wel? Kinderen moeten immers wel begrensd worden. Grenzen bieden namelijk duidelijkheid en veiligheid. Opvoeden zonder straf betekent dan ook niet dat we maar alles goed moeten vinden van onze kinderen. Nee, we moeten ze helpen hun gedrag te sturen en leren wat de effecten zijn van hun gedrag.

Hier vind je tips die je helpen bij het opvoeden zonder te straffen:

1. Stel samen duidelijke regels

Stel samen met je kind duidelijke regels op. Laat je kind meedenken over realistische en goede regels. Kinderen zijn veel redelijker dan je misschien zou denken. Het bepalen van regels kan het beste in overleg met je kind. Kinderen zijn namelijk veel eerder geneigd om zich te houden aan regels waar ze zelf over mee hebben gedacht. Belangrijk is dat iedereen achter de regels staat. Zorg wel dat je je kind laat meedenken over regels die passen bij de leeftijd.

2. Gebruik de Positief-Opvoed-Formule

Dit is een formule voor positief opvoeden. Stap 1 is het aansluiten bij je kind. Zorg voor contact door bijvoorbeeld zijn gevoel te benoemen of te erkennen. Stap 2 is het benoemen van gewenst gedrag. Dus niet wat je kind niet moet doen, maar wat je juist wel van je kind verwacht. Tot slot geef je in stap 3 je kind een keuze, maar wel binnen jouw kader. De combinatie van deze 3 stappen werkt erg goed. Kinderen krijgen het gevoel dat je aan hun kant staat, dat je ze wilt helpen en dat ze zelf enige controle hebben. En zo luisteren kinderen veel beter. Download hieronder een gratis overzicht met deze formule en 20 voorbeelden van hoe je positief gedrag kan benoemen.

Je vindt de stappen van de formule terug in de tips hieronder, daar worden ze verder toegelicht. Lees hier ook meer over in het artikel Positief opvoeden in 3 stappen.

3. Leg van te voren uit

In plaats van achteraf te straffen kan je beter van te voren aan je kind uitleggen waarom bepaald gedrag (on)wenselijk is en wat de effecten van het gedrag zijn. Als je kind bijvoorbeeld zonder jas naar school wilt, leg dan uit dat het buiten koud is en dat hij of zij het waarschijnlijk erg koud zal krijgen. En misschien zelfs wel ziek kan worden en herinner je kind er ook even aan hoe naar het de vorige keer was om ziek te zijn, maar laat je kind beslissen wat te doen. Hierdoor leert je kind verantwoordelijkheid te nemen en keuzes te maken. Als je kind dan toch kiest voor iets anders dan wat jij aanraadde, dan merkt je kind snel genoeg dat jouw advies wel goed bedoeld was. Je kind krijgt het bijvoorbeeld erg koud en mist zijn jas. De volgende keer kiest je kind dan zelf om zijn jas aan te doen. En je kind zal door deze ervaring de volgende keer jouw advies serieuzer nemen.

4. Bekijk waar gedrag vandaan komt

Wat maakt dat je kind zich op een bepaalde manier gedraagt? Wat zit daar achter? Heb aandacht voor de intentie van je kind. Alle kinderen willen in de basis het graag goed doen. Achter elk gedrag zit dus een positieve intentie. De kunst is om die te ontdekken. Leef je in in je kind en probeer de positieve intentie te zien. Als je vanuit je kind kijkt dan snap je beter wat hij doet en waarom. En als je dat ziet, speel dan daarop in. Reageer op de intentie van je kind (binnenkant) in plaats van het gedrag (buitenkant).

5. Laat logische gevolgen ervaren

Leer je kind de consequenties van zijn of haar gedrag. Vaak wordt het woord consequenties gebruikt als een ander woord voor straf. Straffen werkt niet, maar een kind mag wel merken wat logische consequenties zijn van zijn of haar gedrag. Het gaat dan om natuurlijke consequenties. Deze staan altijd in verband met het gedrag. Bijvoorbeeld als kinderen treuzelen bij het naar bed gaan, dan is er minder tijd voor een verhaaltje of als ze iets kapot maken van iemand, excuses aanbieden of zorgen dat het weer gemaakt wordt.

6. Erken gevoelens

Leer je kind dat het boos, verdrietig of bang mag zijn. Erken de gevoelens van je kind. Door gedrag te straffen wat voortkomt vanuit emoties, dan worden emoties weg gepoetst. Stel je voor er volgt een straf als een kind gilt of heel hard huilt dan krijgt het kind de boodschap dat het niet boos of verdrietig mag zijn. Erken eerst het gevoel en leer je kind dan hoe het zijn emotie (anders) kan uiten.

7. Blijf rustig en duidelijk

Blijf rustig, kom op ooghoogte van je kind, gebruik een rustige, maar duidelijke stem. Maak eerst contact voordat je begint te praten. Geef dan aan welk gedrag moet stoppen en wat je van je kind verwacht. Leg uit waarom het gedrag niet handig is en waarom ander gedrag prettiger is.

8. Geef keuze opties

Geef een kind de controle, maar wel binnen jouw kader door keuzeopties te geven.
Als je een bevel geeft, (“Doe nu je schoenen aan”) dan roept dat vaak weerstand op.
Als je een vraag stelt (“Wil je nu even je schoenen aan doen?”), dan bied je de mogelijkheid om ‘nee’ te zeggen. Stel alleen een ja/nee vraag, als je kind ook met ‘nee’ mag antwoorden.
Als je kind echt z’n schoenen aan moet doen vraag dan bijvoorbeeld: “Wil je eerst je schoenen of eerst je jas aan doen?” Je roept op die manier geen weerstand op, je geeft je kind de controle, maar wel binnen jouw kader. Want je laat wel weten dat de schoenen aan moeten. Geef alleen keuzeopties die jij acceptabel vindt.

9. Let op je woorden

De manier waarop je iets zegt kan veel verschil maken. Je kan zeggen: “Nu je schoenen aan!”, maar dat klinkt heel anders als “Dan mag je nu je schoenen aan gaan doen”. Kinderen zijn eerder geneigd te luisteren als iets gezegd wordt op een vriendelijke, respectvolle manier.

Benoem ook gewenst gedrag in plaats van te zeggen waar je kind mee moet stoppen. Zeg tegen je kind wat je verwacht, zo specifiek en duidelijk mogelijk. Wil je hier meer over weten? Lees dan deze blogpost: ‘Positief omgaan met je kind’.

10. Zet je kind aan het denken

Moedig je kind aan om zelf na te denken over zijn eigen gedrag door vragen te stellen. Vraag bijvoorbeeld aan je kind wat bepaald gedrag voor hem of haar oplevert. Vraag aan je kind wat het wil bereiken met bepaald gedrag, zal het helpen te krijgen wat hij of zij wilt?
“Wat levert dat gedrag voor je op?”
“Wat had je anders kunnen doen?”
“Wat voor verschil maakt het als je het anders zou doen?, bereik je dan wat je wilt?”
“Kan je een plannetje bedenken wat je kan helpen om dit gedrag te veranderen?”

11. Laat je kind zelf oplossingen bedenken

Als je kind niet wilt doen wat jij vraagt, laat je kind dan zelf een oplossing bedenken. Door kinderen te betrekken bij het oplossen van een problemen, ontwikkelen ze probleemoplossende vaardigheden en daar hebben ze later veel aan. Laat ze zoveel mogelijk meedenken over oplossingen, maar wel passend bij de leeftijd en het ontwikkelingsniveau van het kind. Bijvoorbeeld bij het naar bed gaan:

“Uhm je wilt nu je tanden niet poetsen en je wilt wel nog een verhaaltje, hoe kunnen we ervoor zorgen dat het allebei lukt?”

Als kinderen de kans krijgen om zelf verantwoordelijkheid te nemen, zul je merken dat ze dit ook doen! Komt je kind niet met een oplossing waar jij je in kunt vinden, leg dan uit waarom je het er niet mee eens bent en help je kind met het vinden van een passende oplossing.

“Jouw oplossing is om je tanden dan helemaal niet te poetsen. Uhm dat werkt niet, want je arme tanden blijven dan plakkerig en krijgen kleine gaatjes. Wat zouden we nog meer kunnen doen om je tanden gepoetst te krijgen en te zorgen dat er tijd is voor een verhaaltje? Zullen we eerst je pyjama aandoen en ze dan poetsen?”

Laat je kind hierbij echt merken dat je samen met hem naar een passende oplossing zoekt. Je komt dan niet tegenover elkaar te staan. En als je kind echt gelooft dat jij ook zoekt naar een oplossing die werkt voor jullie allebei, dan is de kans groot dat het snel lukt.

12. Zorg voor contact en aandacht

Met negatief gedrag vragen kinderen vaak aandacht. Dat wordt vaak als negatief gezien, maar dat is het niet. Kinderen hebben aandacht nodig. Zie het als een signaal dat je kind behoefte heeft aan meer positieve aandacht. Ga iets leuks samen doen, geef vaker een compliment en een knuffel. Dan voorkom je het negatief en aandachtvragend gedrag. Maak het goed na een ruzie en kom samen tot een oplossing. Kinderen hebben behoefte aan contact en goedkeuring van hun ouder. Soms laten ze dit op een onhandige manier, met negatief gedrag, zien. Probeer hier door heen te kijken.

13. Focus op positieve bekrachtiging

Door te reageren op bepaald gedrag, zal je kind dit gedrag vaker laten zien. Dus als je reageert op positief gedrag, dan zal je kind dit gedrag vaker laten zien.
Niet elk gedrag hoeft begrenst of bestraft te worden. Gedrag wat minder positief is of minder sociaal wenselijk, maar nog wel binnen bepaalde grenzen, dus waar niet meteen een acute correctie nodig is, kun je beter laten. Als je wel op dit gedrag ingaat, dan komt er juist aandacht voor dit gedrag en zal je kind het vaker gaan doen. Door er niet expliciet op te reageren voorkom je dit. Het bekrachtigen van positief gedrag werkt het beste als:

  • het zo snel mogelijk gebeurt na het gedrag
  • Zo vaak mogelijk gebeurt
  • Op een non-verbale manier wordt bekrachtigd, bijvoorbeeld door te lachen, aan te raken of een schouderklopje
  • En specifiek gericht is op bepaalde gedrag.

Kijk naar wanneer het wel goed gaat. Wat doe jij dan, wat doet je kind dan? Daar zitten sleutels in voor oplossingen.

14. Moedig je kind aan om zich uit te drukken met woorden

Moedig je kind aan om zich verbaal uit te drukken zonder dat er consequenties volgen. Je leert een kind hierdoor praten over gevoelens. Als je goed luistert en meeleeft met de emoties van je kind, dan is het minder waarschijnlijk dat je kind zijn of haar emoties via gedrag zal uiten. Als emoties via gedrag geuit worden, dan is dit vaak heftig, bijvoorbeeld door agressief of opstandig gedrag. Kinderen moeten het gevoel krijgen dat hun gevoel gehoord en begrepen wordt.

Ook voorkom je hiermee dat kinderen gaan liegen. Want stel je voor als een kind gestraft wordt nadat het de waarheid vertelt, dan zal het de volgende keer minder snel de waarheid vertellen. Leer je kind dus praten over zijn of haar gedrag en over gevoelens zonder dat dit negatieve gevolgen heeft voor je kind.

15. Heb realistische verwachtingen

Zorg dat je verwachtingen passen bij de leeftijd en de ontwikkelingsfase van je kind. Veruit het meeste gedrag van kinderen is passend bij hun leeftijd en ontwikkelingsniveau. Is het straffen voor dit gedrag dan niet erg onterecht? Kinderen kunnen nog minder goed hun gedrag controleren dan volwassenen, hou hier rekening mee.

16. Voorkom negatief gedrag

Pas de situatie dan ook aan aan de leeftijd van je kind en voorkom hiermee negatief gedrag. Zorg dat je kind niet in een situatie terecht komt die het fysiek, psychisch of emotioneel nog niet aankan. Een kindje van 1 jaar heeft een baby-proof huis nodig om ervoor te zorgen dat het niet die prachtige, glazen vaas omgooit. Een 4-jarige heeft je hulp nodig om alles klaar te krijgen voor het naar bed gaan. Een kind van 4 jaar is nog snel afgeleid, het is dan onterecht om korter een verhaaltje voor te lezen, want je kind kan er immers niks aan doen dat het afgeleid is en het daardoor langer duurt. Een 10-jarige heeft hulp nodig bij het structureren van het huiswerk maken. Help structuur aan te brengen en help bij het opstarten van huiswerktaken in plaats van een straf op te leggen als er geen huiswerk gemaakt is.

17. Begeleid negatief gedrag

Biedt ondersteuning bij ongewenst gedrag. In plaats van bestraffen kan je je kind ondersteunen om zich beter te gedragen. Door rustig uit te leggen wat het anders kan doen, door de situatie te veranderen of hulp te bieden. Als je tegelijkertijd dan ook negatieve emoties erkent, dan zal dit goed werken. Geef hulp en suggesties op een respectvolle, ondersteunende manier.

 

Al deze tips zijn bedoeld om ouders meer ideeën te geven over hoe ze kunnen opvoeden zonder te dreigen met een straf of te straffen. Ze klinken mooi op papier, maar toepassen in de praktijk kan erg lastig, of soms zelfs onmogelijk zijn. Want bij elke ouder is het geduld wel een keer op en dan lukt het niet om te doen wat je je had voorgenomen.
Ook al zijn sommige van deze tips misschien lastig uit te voren in de praktijk, toch blijkt uit onderzoek dat dit wel de beste manieren zijn om kinderen positief en effectief op te voeden.