skip to Main Content

Faalangst bij kinderen: oorzaken, kenmerken en tips!

Faalangst Bij Kinderen: Oorzaken, Kenmerken En Tips!

Faalangst komt vaak voor bij kinderen. Veel kinderen hebben er last van, op school, met presenteren of bij sporten. Er wordt veel van kinderen gevraagd, niet gek dus dat faalangst bij kinderen veel voorkomt. In dit artikel lees je wat je als ouder moet weten over faalangst.  Wat zijn kenmerken van faalangst? En wat kan je doen om je kind te helpen en de faalangst te verminderen?

 

Quote Psychogoed over faalangst - Als iets niet lukt heb je niet gefaald maar geleerd.

Inhoud
Wat is faalangst?
Negatieve of positieve faalangst?
Welke soorten faalangst zijn er?
Hoe vaak komt faalangst voor bij kinderen?
Kenmerken van faalangst
De oorzaken van faalangst
Hoe kan je als ouder helpen?
Wat kan de leerkracht doen?
Meer hulp nodig?

 

 

Wat is faalangst?

Bij faalangst is een kind bang om te falen. Het woord faalangst zegt het eigenlijk zelf al. De gevolgen kunnen heel vervelend zijn. Je kind kan last hebben van buikpijn, hoofdpijn, of wil niet meer naar school. Faalangst is een situatiegebonden angst. Dat wil zeggen dat de angst zich alleen voordoet in bepaalde situaties, zoals op school of bij het sporten. Je kind wil bijvoorbeeld niet naar school als hij een spreekbeurt moet geven. Of krijgt ‘s avonds buikpijn als hij de dag erna een proefwerk, muziekoptreden of spannende sportwedstrijd heeft. Soms heeft een kind erg veel last van de angsten, terwijl het op andere momenten goed functioneert. Faalangst is een angst die altijd gekoppeld is aan een taak.

Negatieve of positieve faalangst?

Er bestaat zowel negatief als positieve faalangst. Er is sprake van negatieve faalangst als je kind het gevoel heeft dat hij moet presteren en bang is dat dit niet lukt. Je kind blokkeert of wil het liefste ‘weglopen’ van de angstige situatie. Bij positieve faalangst is er een gezonde spanning bij je kind.  De angst is niet zo groot dat een kind erdoor belemmerd wordt. Bij positieve faalangst word je juist gemotiveerd om beter te presteren. Een beetje spanning bij een presentatie helpt je vaak om scherp te zijn.

Als de spanning zo groot is dat een kind slechter presteert dan hij eigenlijk zou kunnen, spreken we van negatieve faalangst. De gevolgen van faalangst kunnen heel vervelend zijn. Kinderen krijgen een black-out, lichamelijke klachten of ze doen negatieve ervaringen op. Deze negatieve ervaringen kunnen uiteindelijk leiden tot een negatief zelfbeeld.

Als je aarzelt groeit je angst. Als je waagt groeit je moed - Uiltje Psychogoed - omgaan met faalangst bij kind

 

Welke soorten faalangst zijn er?

Er zijn verschillende soorten faalangst. We gaan hierbij uit van negatieve faalangst. De faalangst is dan dus belemmerend voor je kind. Er zijn drie soorten faalangst te onderscheiden:

Cognitieve faalangst -> Angst om te falen bij schoolse taken, bijvoorbeeld angst om een onvoldoende te halen bij proefwerken of toetsen.

Sociale faalangst -> Angst om te falen bij sociale taken, zoals angst om niet gekozen te worden bij gym of angst om uitgelachen te worden tijdens een spreekbeurt of presentatie.

Motorische faalangst -> Angst voor lichamelijke of competitieve taken, zoals opzien tegen de gymles of angst om mee te doen aan een sportwedstrijd of competitie.

Ingewikkeld wiskunde probleem - faalangst op school

Hoe vaak komt faalangst voor bij kinderen?

Faalangst komt heel vaak voor. Veel kinderen hebben er last van, zowel jongens als meisjes. Naar schatting heeft op de basisschool ongeveer 1 op de 10 kinderen last van faalangst. Dat zijn gemiddeld vaak 3 kinderen per klas! Rond de eindexamens op de middelbare school lijkt dat percentage nog hoger. Dan heeft naar schatting zelfs 1 op de 5 kinderen last van faalangst.

Er zijn geen recente onderzoeken die deze cijfers bevestigen. De meest recente onderzoeken naar faalangst komen uit Amerika, en dan blijken er nog veel meer kinderen last te hebben van faalangst. Wel 40% van de kinderen op de basisschool tussen de 8 en 12 jaar! Ze verwachten dat dit komt doordat kinderen steeds jonger en vaker testen moeten doen.

Omgaan met faalangst kind - Handen schoolbord

Kenmerken van faalangst bij kinderen

Alle kinderen zijn anders en er zijn dan ook veel verschillende soorten signalen voor faalangst. Vaak komen lichamelijke signalen voor, zoals zweethanden, een rood hoofd krijgen, vlekken in de nek, veel naar de wc moeten, hartkloppingen, hoofdpijn, buikpijn, misselijk zijn, diarree of overgeven.

Naast deze lichamelijke reacties zijn er ook gedragsmatige reacties. Sommige kinderen worden druk, gaan chaotisch te werk, gaan lachen, overdreven doen, de clown uithangen. Terwijl andere kinderen juist verlegen worden, blokkeren, niets durven te vragen, concentratieproblemen krijgen of een black-out. Een veel voorkomend signaal is ook de gevreesde situatie uit de weg willen gaan. Dus niet meer naar school willen of van een clubje af willen. Of subtiel proberen om onder een spreekbeurt uit te komen. Door moeilijke situaties uit de weg te gaan, wil een kind de gevoelens van angst vermijden.

Bij faalangst hebben kinderen veel negatieve gedachten over zichzelf. Negatieve uitspraken over zichzelf kunnen ook een signaal van faalangst zijn. Uitspraken zoals: “Het zal me toch niet lukken” of “Ik kan dat niet” of “Ik ben heel slecht in….” of “Doe jij dat maar… ik kan het niet”.

De oorzaken van faalangst

Faalangst kan veel verschillende oorzaken hebben. Het lijkt erop dat sommige kinderen gevoeliger zijn voor het ontwikkelen van faalangst dan anderen. Sommige kinderen hebben dus een erfelijke gevoeligheid. Maar ervaringen spelen ook een rol bij het wel of niet ontwikkelen van faalangst. Als kinderen veel negatieve ervaringen opdoen, bijvoorbeeld op school, dan is de kans dat ze faalangst ontwikkelen groter. Kinderen met dyslexie hebben bijvoorbeeld vaker faalangst. Ook kinderen die van nature onzeker zijn, hebben meer kans op het ontwikkelen van faalangst.

Daarnaast kunnen ook problemen in het gezin of reacties van ouders op prestaties meespelen bij het ontstaan van faalangst. Als door ouders erg gehamerd wordt op resultaten of kinderen het gevoel hebben dat ze perfect moeten zijn, dan kan dat faalangst oproepen. Ook spelen de verwachtingen die ouders van hun kind hebben mee.

Hoe kan je als ouder helpen?

Ten eerste is het als ouder belangrijk om de faalangst te herkennen. Kinderen schamen zich vaak; maak het bespreekbaar en laat ze merken dat je wilt helpen. Als je kind faalangst heeft, kan je nadenken of er iets is wat jij als ouder kan veranderen. Probeer thuis een veilige omgeving te bieden en werk aan het vertrouwen tussen jou en je kind. Bedenk of jouw verwachtingen van je kind meespelen. Laat je verwachtingen aansluiten bij de leeftijd en mogelijkheden van je kind.

Let op je reacties op gedrag en prestaties van je kind. Focus op het proces in plaats van op het resultaat. Hiermee wordt bedoeld dat je de inspanning van je kind waardeert in plaats van het resultaat. Dus zeg in plaats van: “Wow, wat goed dat je een 8 hebt gehaald” -> “Wow, je hebt echt goed je best gedaan!”. Sommige complimenten kunnen namelijk juist faalangst oproepen. Let dus op de soort complimenten die je geeft. Lees meer over het geven van goede en procesgerichte complimenten in het artikel over complimenten geven.

Laat je kind merken dat fouten maken mag en dat hij of zij daarvan juist leert. Als je kind een bepaalde situatie wil vermijden, ga hier dan niet in mee. Zorg dat je kind zijn angst wel aangaat. Je kind leert dan omgaan met spanning en zijn zelfvertrouwen groeit hiervan. Maar bied wel de steun en hulp die het nodig heeft om het aan te kunnen. Wil je meer weten over het vergroten van het zelfvertrouwen van je kind? Lees dan deze artikelen: 10 oefeningen voor meer zelfvertrouwen of vergroot het zelfvertrouwen van je kind.

 

Quote Psychogoed - don't rescue your child from a challenge teach them how to face it. - omgaan met faalangst kind

Wat kan de leerkracht doen?

Een niet veroordelende sfeer in de klas voorkomt faalangst. Het is belangrijk dat kinderen het gevoel hebben dat ze gewaardeerd worden om wie ze zijn en niet om wat ze presteren. Alle kinderen zijn verschillend en hebben verschillende kwaliteiten. Dit moet erkend en gewaardeerd worden. Het is goed als kinderen de kans krijgen om zichzelf te ontwikkelen in hun eigen tempo. Ook op school helpt het als er meer aandacht en waardering is voor het proces in plaats van voor het resultaat. Het gaat dan om aandacht voor het leerproces in plaats van aandacht voor cijfers of toetsuitslagen.

Ondersteuning voor ieder kind waar mogelijk, door bijvoorbeeld duidelijkheid te bieden en te vertellen wat er van ze verwacht wordt. Zet kinderen niet voor het blok. Goed contact en vertrouwen tussen de leerkracht en leerling is belangrijk. Dit geeft het kind een gevoel van veiligheid, waardoor het maken van fouten minder eng is. Als ouder is het belangrijk om naar je kind je vertrouwen in de leerkracht uit te spreken. Dit versterkt de band tussen de leerkracht en je kind. Net als voor ouders geldt ook voor de leerkracht dat het geven van de juiste complimenten goed werkt.

Meisje doet schoolwerk: faalangst bij kinderen

Meer hulp nodig?

Als het aanpassen van de omgeving onvoldoende werkt en een kind erg veel last blijft houden van faalangst, kan er verdere hulp ingeschakeld worden. In eerste instantie is het goed om met de leerkracht te overleggen. Via school worden er soms faalangsttrainingen gegeven aan groepjes kinderen. Of begeleiding van een schoolmaatschappelijk werker kan helpen. Een andere mogelijkheid is om naar de huisarts te gaan en te overleggen waar je kind het beste geholpen kan worden. Je kan ook zelfstandig met je kind aan de slag gaan. Bijvoorbeeld door samen met je kind in een werkboekje te gaan lezen en werken over faalangst. “Ik en faalangst” is een goed boekje hiervoor. Of wil je tips van een orthopedagoog over wat kan helpen? Tips speciaal afgestemd op jouw kind? Neem dan contact op! Ik help je graag!

Bronnen
http://nji.nl
http://faalangst.nl
McDonald, A.S. (2001). The prevalence and effects of test anxiety in school children. Educational Psychology: An International Journal of Experimental Educational Psychology, 21:1, 89-101.

Back To Top